Marokkaanse soldaten in Zeeland

(Louis Marzouqui)
In de begindagen van de Duitse aanval op Nederland, België en Frankrijk, midden mei 1940, streed de Eerste Marokkaanse divisie (17.000 soldaten) tussen Leuven en Namen in de Dijle-stelling. 20% - 50% van de regimenten Marokkaanse Tirailleurs (RTM) verloor hier op 14 en 15 mei het leven. In diezelfde periode (14-15 mei) hield in de Franse Ardennen bij La Horgne de overwegend Noord-Afrikaanse cavalerie van de 'Spahis', een dag lang de Duitse tanks tegen; 50 Spahis sneuvelden.

Nederland?
Opgenomen in een Frans infanteriecorps streed op 16 mei mogelijk een Marokkaanse eenheid op Nederlandse bodem, in Kapelle, ter verdediging van Zuid-Beveland en Walcheren (Zeeland was van de Nederlandse capitulatie op 14 mei 1940 uitgesloten). Oud-sergeant Ben Daoud sprak in 2003 over deze Marokkaanse inzet met Mohamed Achahboun (Vredeseducatie). Bij de strijd rond Kapelle werden volgens hem acht Noord-Afrikanen krijgsgevangen gemaakt. Het is mogelijk dat zij tijdelijk in Zeeland zijn gebleven. Ben Daoud vertelt dat hij zelf met dertien anderen ontsnapte, zonder uniform. Ze kregen onderweg drie dagen onderdak bij een Nederlander.

Gewonden
Na het falen van de Franse defensie in België ontsnapten ongeveer vierduizend Marokkaanse militairen via Lille naar Duinkerken, vanwaar zij naar Engeland werden geëvacueerd of in zee raakten (operatie Dynamo). Anderen lagen als gewonden in Nederlandse ziekenhuizen; drie van hen stierven in Maastricht, een in Zeeuws-Vlaanderen, Schoondijke.

Krijgsgevangenen
De meeste niet-gevallen Marokkaanse militairen werden echter krijgsgevangen gemaakt. Bij hen kwamen ook de troepen die begin juni 1940 uit Engeland terugkeerden en op 18 juni in de handen van de Duitsers vielen. Van deze Marokkaanse krijgsgevangenen zijn er in 1943-1944 een aantal in Nederland ingezet om aan de kustverdediging te werken. In Zeeland waren zij onder andere ondergebracht in Borssele (zie Hans Warren, geheim Dagboek, deel 1), in Fort Ellewoutsdijk en in Koudekerke.

Louis Marzouqui (1944). Bron: Tv-programma Bureau Marokko,
www.npo.nl/bureau-marokko/23-10-2014/VARA_101369910

Onder hen was Louis Marzouqui uit Rabat. Hij was met zijn broer gelegerd in een barak in Koudekerke en werkte aan de Atlantikwall in Vlissingen. Op hun dagelijkse tocht naar en van het werk stopten de dwangarbeiders vaak ter hoogte van het huis waar de 9-jarige Marga van Dijk woonde. Sommige Marokkaanse gevangenen maakten contact met de familie van Dijk en schreven iets in het poëziealbum van de kleine Marga. Marga's oudere broer Ad maakte er tekeningen bij. Naast Bellaïd Ben Ahmed, die onenigheid had met de leiding van het kamp en weg moest, was dat Marzouqui. Hij liet een foto achter in het album en schreef haar opnieuw na de oorlog. Vanuit Koudekerke was zijn groep naar een kamp in Kassel getransporteerd, waar ze door de Amerikanen waren bevrijd.

Extra bronnen:

© 2023 Bevrijding Intercultureel