Willem Johan Cornelis Arondéus


Willem Arondéus (Bron: www.ushmm.org)
”Willem Arondéus werd in 1894 in Naarden geboren (22 augustus). Hij groeide op in Amsterdam waar zijn ouders een bedrijf voor kostuumverhuur voor toneelspelers hadden. Op dertienjarige leeftijd wordt hij toegelaten tot de Quellinusschool, de latere Rietveld Academie in Amsterdam, waar hij zich toelegt op het decoratief schilderen. Na zijn opleiding woont hij in verschillende plaatsen in Noord-Holland en daarbuiten. In zijn Gooise tijd komt hij ook met andere kunstenaars in aanraking en raakt hij goed bevriend met de dichter Adriaan Roland Holst.

Decoratieve kunst
Na een kort verblijf in Parijs gaat hij in 1920 op Urk wonen en daarna in Breukelerveen. Hij illustreert gedichten, krijgt opdrachten voor affiches en kalenders en ontwerpt de kerstzegels of sluitzegels (voor een goed doel) die de PTT in 1923 uitgeeft. De opdracht in datzelfde jaar een wandschildering te maken in het stadhuis van Rotterdam betekent een doorbraak als beeldend kunstenaar. Algemeen wordt in dit werk de invloed gezien van de beeldend kunstenaar Richard Roland Holst, een man die hij bewondert en die hem beïnvloedt.
Voor het rijmprent 'De Stervende' (1929) van zijn andere steun en inspiratiebron Adriaan Roland Holst maakt hij een tekening.


Tekening rijmprent (19x19 cm, pen/goudverf)
met dank aan J. Versteegh, coll. Pygmalion-art.com

Wandkleed van Arondéus
Foto: M. Eijkhoudt

In de jaren 1930 tot 1932 vervaardigt hij voor de statenzaal van het Provinciehuis in Haarlem negen wandtapijten met ornamenten rond de wapens van Noord-Hollandse gemeenten. Het jaar daarop krijgt hij de opdracht voor een wandschildering voor het consultatiebureau van de Gemeentelijke Geneeskundige- en Gezondheidsdienst in Amsterdam. Op drie muurvlakken brengt hij de jacht, de visserij, de scheepvaart en de landbouw in beeld. Als beeldend kunstenaar heeft hij het echter niet gemakkelijk. Hij houdt vast aan zijn specifieke schilderstijl die al in zijn tijd als achterhaald wordt beschouwd en zijn artistiek werk levert hem nauwelijks genoeg op om in zijn bestaan te voorzien.

Schrijver
Omstreeks 1935 wendt hij zich af van de beeldende kunst en wijdt hij zich aan het schrijven. In 1938 debuteert hij met de roman Het uilenhuis waarvoor uitgeverij Kosmos hem een eervolle vermelding toekent. Zijn volgende roman In de Bloeiende Ramenas krijgt eveneens een redelijk goede ontvangst, al zijn er kritische geluiden over zijn stijl van schrijven. In 1939 verschijnt zijn eerste kunsthistorische boek, een biografie van Matthijs Maris. Algemeen wordt dit als zijn beste werk beschouwd. In haar bespreking van de naoorlogse herdruk van het boek stelt Annie Romein-Verschoor Arondéus op één lijn met grote stilisten als Abraham Kuyper en Johan Huizinga” (www.inghist.nl).

Arondéus, homo en verzetsstrijder
“Arondéus was een bijzondere en eigenzinnige Noord-Hollander die dwars tegen de tijdgeest in al rond 1914, op twintigjarige leeftijd, openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam. In die tijd was dat, zelfs in de kunstenaarskringen waarin hij verkeerde, voor menigeen een stap te ver (nl.wikipedia.org). Hij leverde ook zelf voortdurend een innerlijke strijd. In Rudi van Dantzig's biografie Het Leven Van Willem Arondéus 1894-1943 - Een documentaire (Arbeiderspers 2003, 446 p.) heet het: "Het is of ik verduisterd leef - zonder leed en zonder vreugde." Willem Arondéus, beeldend kunstenaar en later schrijver, maakt de lezer via zijn vaak uiterst beklemmende dagboekaantekeningen getuige van een verscheurd en hoogst eenzelvig bestaan. Ondanks zijn ambivalente vriendschap met onder andere Adriaan en Richard Roland Holst en verzetsfiguren als Willem Sandberg en Gerrit van der Veen bleef Arondéus zelf een figuur in de schaduw, zelfs nadag hij tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met een aantal medeverzetstrijders de - deels gelukte - aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister volbracht. Arondéus was homoseksueel, en zijn openhartigheid daarover mag gezien de moraal van de samenleving rond 1920 gezien worden als zijn eerste bevrijdingsdaad (www.intermale.nl)."

Homoseksuele relaties
"In 1932 raakt Arondéus bevriend met de groenteboer Gerrit Jan Tijssen. Ze kennen geregeld armoede. In 1941 stuurt Arondéus hem terug naar Apeldoorn, waarschijnlijk omdat hij het te gevaarlijk voor hem vindt vanwege zijn toenemende verzetsactiviteiten" (nl.wikipedia.org). "Zijn liefde voor Jurie, een Urker visser, en later voor de jonge Veluwse tuinder Gerrit Jan zijn aanleiding tot vaak bittere zelfontledingen. 'Heb ik wel liefde, wel waarachtig liefde voor iemand [...] of is alles maar schijnbaar, maar tijdelijke geëmotioneerdheid?', vraagt hij zich af. Postuum, in 2001, werden 20 homo-erotische gedichten van hem gepubliceerd, 'Afzijdige strofen', geïnspireerd door het werk van Boutens. Ze werden in 1922 op Urk geschreven. In zijn dagboeken schrijft hij uitgebreid over het artistieke gevecht dat hij voert, maar evenzeer over zijn 'geld- en lustzorg'. Ook de sociale ontgoocheling wordt zowel in zijn correspondentie als in zijn literaire werk steeds duidelijker: 'Ja, deze filisterwereld is verrot, een vuilnisvat, een plee.' (p. 26,95)" (www.intermale.nl).

Verzet
“Toen in de loop van 1941 Arondéus’ boek over de monumentale schilderkunst in Nederland werd gepubliceerd, bevond hij zich al midden in het verzetswerk. Hij falsificeerde met Willem Sandberg en Gerrit van der Veen persoonsbewijzen en schreef de Brandarisbrieven. In deze brieven signaleerde hij gevallen van culturele collaboratie en riep hij op tot verzet als de bezetter het vrije kunstleven bedreigde zoals met de oprichting van de Kultuurkamer. In 1942 ging zijn Brandarisbrief op in het kunstenaarsverzetsblad De Vrije Kunstenaar opgericht door musicus Jan van Gilse. Met Gerrit van der Veen leidde hij in 1943 de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister. Hij werd opgepakt en met een aantal vrienden uit het verzet na een schijnproces ter dood veroordeeld (voor een beschrijving van de aanslag en Arondéus' rol zie het relaas van Martinus Nijhoff en de tekst over Sjoerd Bakker). De dichter Martinus Nijhoff, oud-genie-officier, gaf aan waar explosieven moesten worden geplaatst en beschreef de aanslag in 1945.

Graf Arondéus op Erebegraafplaats Bloemendaal (Bron: www.ogs.nl)
Vanuit zijn dodencel in het huis van Bewaring aan het Kleine Gartmanplantsoen in Amsterdam schrijft hij in zijn laatste brief aan een vriendin: 'Er is alleen verwondering omdat het zo licht is om in liefde van het leven te scheiden, zoo blij is om, wat je achterlaat, zonder bitterheid te gedenken'"(www.inghist.nl). Bij zijn executie zou Arondéus geroepen hebben 'Laat het bekend worden dat homoseksuelen geen lafaards zijn' (nl.wikipedia.org).

Tenslotte
“Kort na de oorlog zijn de deelnemers aan de overval op het bevolkingsregister, deels postuum, voor hun verzetswerk tijdens de oorlog onderscheiden, o.a. met de Militaire Willemsorde. Pas in 1984 werd aan Arondéus voor zijn verzetswerk het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Vrij algemeen wordt voor deze late decoratie een relatie gezien met zijn homoseksualiteit” (nl.wikipedia.org).
In 1990 maakte documentairemaakster Toni Boumans (zie ook Frieda Belinfante), ondersteund door o.a. de VARA en de Provincie Noord-Holland, een film over de vergeten kunstenaar. 'Na het feest, zonder afscheid' werd onderscheiden met de Nipkow-schijf.


Arondéus temidden van Urker vissers (Bron: www.gaynews.nl)

Willem Arondéuslezingen
In december 2004 besloten Provinciale Staten van Noord-Holland een jaarlijkse themalezing te organiseren met aansluitend debat. Met de instelling van een jaarlijkse lezing brengt de Provincie een eerbetoon en blijvende herinnering aan de Noord-Hollandse kunstenaar en verzetsstrijder Willem Johan Cornelis Arondéus. Met de lezing en het debat wordt aan burgers en politici een podium geboden om vrij, desnoods controversieel, van gedachten te wisselen over actuele en voor de Provincie relevante maatschappelijke thema's.
Rudi van Dantzig hield op 25 april 2005 in de Statenzaal te Haarlem de eerste Arondéuslezing met als thema: 'Kun je zijn wie je bent of is die vrijheid lastig geworden?'
In 2006 was mgr Philippe Bär de spreker met als thema het begrip 'Vrijheid'.
De 3e Arondéuslezing vond plaats op 24 april 2007 in de statige conferentiezaal van het Teylersmuseum te Haarlem. Hij werd gegeven door mr Gerard Spong, prominent jurist, Surinaams Nederlander en homoseksueel.
Op 22 april 2008, in hetzelfde Teylersmuseum, had de schrijfster Désanne van Brederode de eer om de 4de Willem Arondéuslezing te houden. Haar toespraak cirkelde om de vraag hoe een moderne publieke moraal eruit zou kunnen zien.
De filosoof Ad Verbrugge besprak de vraag 'Wat is vrijheid' in de 5de lezing in 2009. Plaats van handeling was de stralend gerenoveerde Statenzaal.


Statenzaal
Foto: Pim Ligtvoet

Marjolijn Februari
Foto: Serge Ligtenberg

Marjolijn Februari antwoordt de zaal
Foto: Pim Ligtvoet

Op 27 april 2010 sprak filosoof, publicist en lesbienne Marjolijn Februari hier de 6de Willem Arondéuslezing uit. Opvallend vond zij dat het de laatste wens van de ter dood veroordeelde verzetsman was geweest om een slagroomtaart te mogen eten. De familie Roland Holst uit Laren zorgde voor de vervulling van de wens, en er werden 12 stukken uitgedeeld aan de medegevangenen. ‘Homoseksuele mensen zijn toch een stuk frivoler dan gewone mensen’, becommentarieerde mevrouw Februari instemmend. Maar zij sloot ook bij een ander biografisch gegeven aan.
Arondéus was een kunstenaar die net als veel anderen in die tijd een gemeenschapsideaal uitdroeg. Waarom hebben wij zo weinig geloof in de goedheid van de mens, in het bewonderenswaardige vermogen samen te werken en samen te leven? En waarom koestert de overheid, de bureaucratie, zoveel wantrouwen tegenover de burger?
De mogelijkheden van ouders, leerkrachten, verzorgenden om zelf na te denken, zelf goede beslissingen te nemen, ja, zelf een bij de tijdse overheid in het leven te roepen, acht mevrouw Februari groot. De burgers hebben de staat, de scholen, de ziekenhuizen gesticht, en kunnen ze dus ook hervormen. Als de overheid dat uitstraalt krijgt ze ook andere burgers. Als afschrikwekkend voorbeeld riep ze het beeld van de Engelse toeriste op die vanwege de uitbarsting van de IJslandse vulkaan in Portugal was gestrand en de tv-camera toeriep: ‘Thank you, Mr. Brown!’ Politici moeten dan terugroepen: ‘Red jezelf maar'.

© 2023 Bevrijding Intercultureel